Depressies en fronten
woensdag 24 mei 2006 10:22
Wanneer je op een bergtop staat en om je heen kijkt, kan je meer dan 50.000 kubieke kilometer van de aardse atmosfeer zien. Je zou gemakkelijk vergeten dat de blauwe lucht en de honderden pluizige witte wolkjes die zich uitstrekken zo ver als het oog kan zien, deel uitmaken van een weersysteem dat meer dan 400.000 kubieke kilometer kan omvatten.

Wanneer je op een bergtop staat en om je heen kijkt, kan je meer dan 50.000 kubieke kilometer van de aardse atmosfeer zien. Je zou gemakkelijk vergeten dat de blauwe lucht en de honderden pluizige witte wolkjes die zich uitstrekken zo ver als het oog kan zien, deel uitmaken van een weersysteem dat meer dan 400.000 kubieke kilometer kan omvatten.
Het weer, dat wil zeggen regen en wind, wordt gecreëerd door lagedruksystemen. Als je de bovenkant van de atmosfeer vanuit de ruimte zou kunnen bekijken, zoals het oppervlak van een vijver, dan zou je kunnen zien dat bij een lagedrukgebied het oppervlak van de atmosfeer lager is.
De hoogte van de atmosfeer kan daar met een duizend kilometer verminderd zijn. Dat maakt meteen duidelijk waarom lagedrukgebieden ook wel depressies worden genoemd.
Op het Noordelijk halfrond bewegen lagedruksystemen zich gewoonlijk van west naar oost over het aardoppervlak en draaien altijd linksom (tegen de klok in). Dus als je met je gezicht naar de wind staat, is het centrum van de depressie altijd rechts van je.
Onze depressies vormen zich meestal boven de Atlantische Oceaan en zijn het gevolg van een koude luchtmassa die uit de poolstreken komt en daar een warmere, vochtige luchtmassa treft. De grens tussen de beide luchtmassa's is een front.

Fronten

Wanneer warme en koude lucht elkaar ontmoeten bij een front, veroorzaken de kolkende energie van de warme lucht, gecombineerd met de draaibeweging van de aarde, de gigantische draaikolk die een lagedruksysteem is.
De oorspronkelijke massa's koude en warme lucht zijn daarin nog steeds aanwezig met hun begeleidende fronten, maar nu cirkelen ze om elkaar heen met snelheden van 80 km/u of meer. Geen wonder dat ons weer zo variabel is! Zonder fronten zou ons weer er heel anders uitzien. Fronten zijn de oorzaak van het merendeel van onze wolken, regen en windrichting-variaties.
Er zijn drie soorten fronten: koufront, warmtefront en occlusie. De weerpatronen die bij elk van deze fronttypes horen zijn zeer verschillend.
Wanneer een massa koude lucht zich opdringt aan een hoeveelheid warme lucht, kan een koufront ontstaan. Ze kunnen variëren van zeer actief, waarbij ze zwaar weer veroorzaken, tot vrij mild, waarbij er nauwelijks van enige neerslag sprake is.

 

De koude lucht schuift onder de warme luchtlaag en daardoor kunnen sterke opwaartse stromingen ontstaan. Na de passage zal het koud en helder zijn, terwijl de thermische activiteit goede overlandcondities met zich meebrengt.
Een warmtefront ontstaat als een warme luchtmassa een koude luchtmassa inhaalt en er overheen schuift. Zo'n front gaat meestal gepaard met een langdurige druilregen. Voor de zeilvliegpiloot wordt het dan tijd een andere stek (ver weg) op te zoeken.
Hogedruksystemen zijn het tegenovergestelde van depressies en zij vertegenwoordigen grote massa's op elkaar gestapelde lucht, zodat de atmosfeer op die plaatsen dikker is. De lucht in zo'n systeem daalt langzaam over een gebied dat zo groot kan zijn als Europa. Hogedruksystemen verminderen de kans op opwaartse luchtstromingen, dus de thermiek zal zwakker zijn.

terug