De onderlaag en hellingsstijgwind
woensdag 24 mei 2006 10:23
De zeilvliegpiloot zal ook goed op de hoogte moeten zijn van allerlei meteorologische omstandigheden waarin hij laag bij de grond terecht kan komen.

De onderlaag

De zeilvliegpiloot zal ook goed op de hoogte moeten zijn van allerlei meteorologische omstandigheden waarin hij laag bij de grond terecht kan komen.
In Nederland wordt gelest aan het strand of aan de lier, terwijl een leerling in bergland van hogere hellingen gebruik kan maken. Deze zal zich dan ook doorgaans eerder met thermiekvliegen bezighouden, terwijl de Nederlandse leerlingen gewend zijn dicht langs duinen te zweven (te soaren), wat misschien nog wel een betere beheersing van het toestel vereist.
Essentieel is dat hij ter plekke wordt ingewijd in de situatie van dat moment door een ervaren piloot, meestal zijn instructeur.

Hellingstijgwind

Wanneer lucht zich over een vlak oppervlak beweegt, stroomt zij meestal parallel aan dat oppervlak. Wanneer de lucht een bobbel aantreft in de voor de rest vlakke bodem, dan zal zij om of over deze bobbel gestuwd worden. Een geïsoleerde heuvel heeft de neiging de luchtstroom te splitsen, omdat de lucht zichzelf graag het gevecht met de zwaartekracht bespaart.
De langere helling ('ridge' of duinenrij) forceert de lucht omhoog, omdat er geen weg omheen is. Zolang de stijgsnelheid groter is dan de daalsnelheid van de zeilvlieger zal de piloot stijgen. De grootte van de opwaartse kracht is afhankelijk van de steilheid van de helling en van de windsterkte. Hij hangt ook af van de hoek waarin de wind op de helling aanwaait en van de stabiliteit van de lucht.

 

Hoe steiler de helling, des te groter de verticale component. Om een voldoend grote stijging te verkrijgen om een toestel in de lucht te houden op een kleine helling (zoals het duin) is een sterke wind nodig. De limiet is hier de maximumsnelheid van het toestel. Tegen de tijd dat de wind voldoende is toegenomen om op een erg kleine helling voldoende lift te genereren kan je misschien alleen nog maar 'achteruit' vliegen. De limiet voor wat betreft de steilte van de helling is dat deze steiler moet zijn dan de glijhoek van het toestel.
Hoe sterker de wind, des te sterker haar horizontale en verticale componenten. Een vleugelprofiel produceert echter niet over het hele snelheidsbereik eenzelfde hoeveelheid lift. Bij hoge snelheden zelfs veel minder, maar wel zijn die hoge snelheden nodig om tegen een sterke wind in te kunnen komen. Als gevolg hiervan zal je bij een sterke wind niet altijd hoger kunnen komen dan bij een lichte wind, vooral als je een toestel hebt dat niet sterk is in hoge vliegsnelheden, zoals de meeste enkeldoeksvliegers.


Sterkere wind zal ook turbulenter zijn, terwijl de steilte en hoogte van de helling, maar ook de gladheid van het hellingoppervlak gaan meespelen.

Het is duidelijk dat de wind de meeste lift produceert als deze haaks op de helling staat.
Hoe steiler de helling hoe sterker dit meespeelt. Een helling van 75 graden zal nog maar half zoveel lift genereren wanneer de wind 35 graden cross is, terwijl een helling van 15 graden nog de helft van de maximale lift produceert bij een afwijking van 60 graden.

 



 
wvrossum : Vandaag 3.40 vliegen en toch niet goal op NK #deltavliegen. Was wel genieten. http://t.co/IyebMusm
DaphneSchelkers : RT @DaphneSchelkers: Landingsplek bij allervriendelijkste boer in Wichmond NK #deltavliegen - http://t.co/5oDmN6mJ (bier komt later ;-)
DaphneSchelkers : Landingsplek bij allervriendelijkste bier in Wichmond NK #deltavliegen - http://t.co/5oDmN6mJ
wvrossum : Vandaag NK #deltavliegen. Spannend...
DaphneSchelkers : Hemelvaart in het teken van het vrije vliegen: NK #Deltavliegen. Hou het luchtruim boven de Veluwe in de gaten. http://t.co/GREtDlYr