Regelmaat van verschijnen:
Bij het uitkomen van de eerste Delta Magazine is het aanvankelijk de bedoeling Delta Magazine maandelijks te laten verschijnen. Al gauw blijkt dit te hoog gegrepen en wordt het streefgetal teruggebracht naar een tweemaandelijkse verschijning. Ook dit valt niet mee. De eerste jaargang telt maar 3 nummers, de tweede jaargang telt er 5. Soms wordt er door de redaktie een soort '2 voor de prijs van 1'-truc toegepast. Bijvoorbeeld nummer 10 en 11, wat gewoon één Delta Magazine is. (Nou ja, veertig paginas was voor die tijd wel een extra dikke! red.)
De verzoeken om kopij, die soms ook pijnlijke wanhoopskreten om kopij zijn, en het gemopper over ingezonden materiaal dat na de deadline binnenkomt zijn vanaf het eerste nummer te vinden en klinken ook nu nog bekend in de oren. Toch wordt het tijdschrift vanaf nr. 13 en vooral vanaf nr. 19 steeds dikker.
Winkelprijzen en abonnementen:
De winkelprijs van de eerste Delta Magazines is F3,50 en een abonnement is F17,- per jaar
De redaktie:
De eerste redakteur is Paul van Beers. Vanaf nummer 3 krijgt hij versterking in de persoon van Loeki Broersma en nog wat later Ronald Lesage. Per juli '81 (nr. 10-11) nemen Bart en Karen Doets de redaktie over. In zijn eerste 'Van de redaktie...' laat Bart zonder veel omhaal weten hoe hij over het redakteursschap denkt: "Lezers die kritiek hebben op dit blad doen er goed aan zich af te vragen of ze er zelf ooit wel eens iets voor geschreven hebben. Wie nog nooit een poot heeft uitgestoken om iets voor het Magazine te doen kan maar beter zijn tong afbijten dan zeggen dat hij het een slecht blad vindt". Verder kondigt de nieuwe redaktie aan dat ze van plan zijn de Delta Magazine i.p.v. zes maal per jaar, slechts vier maal per jaar te willen laten verschijnen. Met wat haperingen in de eerste periode is dit sindsdien altijd zo gebleven.
Bart en Karen blijven 2 jaar de redaktie voeren. In februari '83 (nr. 19) wordt een nieuwe redaktie aangekondigd die uit maar liefst 7 man bestaat, te weten: Wim Tamis, Gert van Spijker, Hans de Lange, Roeland Cornet, Mark Veenemans, Jos Vermeulen en Kees Banning. De Delta Magazine gaat met deze redaktie een roerige periode tegemoet. Een helder zicht op de oorzaken krijg je niet maar duidelijk is wel dat de redaktie van de ene crisis in de andere rolt. In september '83 (nr. 21) meldt de redaktie maar net een crisis te hebben overleefd met het hoofdbestuur van de KNVvL, dat er sterk op aandringt de Delta Magazine op te laten gaan in het nieuwe algemene KNVvL blad (wat nu het AeroJournaal is). In nr. 23 (medio '84) wordt het late verschijnen van dat nummer geweten aan een stevige crisis tussen de redaktie en het afdelingsbestuur. Tevens wordt gemeld dat de Delta Magazine in het vervolg nog maar 3 keer per jaar zal verschijnen en dat aktuele informatie in de vorm van een nieuwsbrief zal worden verstuurd (deze nieuwsbrief is sindsdien inderdaad regelmatig uitgekomen en pas weer in '98 komen te vervallen).
De redaktie houdt het niet lang hierna voor gezien, maar wel pas na nog één prachtig nummer uit te hebben gebracht: nummer 24, met een historisch overzicht van 10 jaar deltavliegen wereldwijd en in Nederland.
In maart '85 (nr. 25) neemt Bart Doets alleen, "met ondersteuning van Karen", de redaktie weer op zich. Dit maal voor langere tijd, namelijk tot op de dag van vandaag.
De opmaak:
Cover: Vooral in de beginperiode verandert de cover nogal eens. Wie de eerste blauwe cover heeft bedacht heb ik niet kunnen vinden, maar vanaf nummer 13 wordt de opmaak verzorgd door J.P. Guillerme. Henk van Dijke neemt vanaf nr. 21 de opmaak over en bedenkt een nieuwe cover, die de meesten van ons waarschijnlijk nog goed kennen want deze cover zou het blad tot en met nummer 72 behouden. Alleen de kleur is nog zwart, en wordt bij nummer 29 vervangen door rood (met uitzondering van het jubileumnummer 50, dat goud opdruk heeft -red.). Pas met nr. 73 komt er weer een nieuwe huisstijl, bedacht en onderhouden door Peter Donker, en dat levert de cover op die we nu kennen.
Foto's:
Van de foto's in deze oude Delta Magazines kun je geen genoeg krijgen. De beginperiode van het deltavliegen heeft de magie van oude motoren of vinylplaten. De vleugels zijn nog simpel en kniehangers zijn de standaard. In Delta Magazine 7 staat een uitgebreid overzicht van vleugels die op dat moment in Nederland te krijgen zijn met van iedere vleugel een afbeelding van de zeilsnit. Opvallend is dat elke vleugel totaal anders is als elke andere vleugel, iets wat tegenwoordig beslist niet meer het geval is. In Delta Magazine 14 staat een prachtige foto bij een artikel dat is ingestuurd door M. Vermeulen. De schrijver vermeldt in zijn artikel: "Ik hing er niet goed in, mijn ophanging was iets te kort." Op de foto is te zien hoe hij nog net met zijn vingertoppen bij de bottombar kan komen.
Cowboys en regelneven:
Bestuur probeert regels te stellen.
Hoewel iedereen die iets te melden heeft in Delta Magazine overduidelijk erg vol is van zijn sport wordt er ook behoorlijk wat ruzie gemaakt in die dagen. Onderhuids is veel onenigheid te lezen, en soms wordt er ook openlijk flink naar elkaar uitgehaald. Als je alle artikelen in het Delta Magazine Archief achter elkaar leest krijg je een prachtig beeld van een sport in ontwikkeling die worstelt met de drang naar vrijheid en de noodzaak van regulering.
Er is een strijd gaande tussen de 'cowboys' en de 'regelneven'. De regelneven doen verwoede pogingen het zeilvliegen in Nederland gelegaliseerd te krijgen door regels op te stellen voor brevettering, toestelregistratie en instructie-bevoegdheden, terwijl de cowboys zich op geen enkele manier belemmerd willen zien in hun vrijheidsbeleving. Om die vrijheidsbeleving is het ze uiteindelijk begonnen. Keer op keer waarschuwen zowel het bestuur (op de pagina bestuursmededelingen) als de redaktie de piloten die zich niet aan de regels houden dat ze het verpesten voor de anderen en het overleg met de RLD bemoeilijken. Er wordt zelfs gedreigd met royering als KNVvL-lid. Een tamelijk loos dreigement aan het adres van iemand die daar toch al niets mee te maken wil hebben en zich door de afwezigheid van regelgeving ook niet gebonden voel lid te blijven van deze afdeling.
Cowboy of Regelneef:
De in de inleiding al genoemde Paul Beukers is een omstreden figuur in het dan nog hele kleine vliegwereldje. Zijn entree is stormachtig. Hij betitelt zichzelf al snel tot "prof. full time instructeur en stunt- en reclamevlieger". Gezien zijn actie boven het Goffert stadion en de snelheid waarmee hij mensen in het vliegwereldje tegen zich in weet te nemen zou je hem al snel als cowboy bestempelen. Toch pleit ook Paul regelmatig voor regelgeving. Terugkijkend kun je concluderen dat cowboys en regelneven eigenlijk dezelfde belangen hadden en minder ver van elkaar af stonden dan ze zelf indertijd dachten (en daarin is tot op de dag van vandaag waarschijnlijk nog niks veranderd).
Pauls exit uit het vliegwereldje is even raadselachtig als zijn entree stormachtig was. In Delta Magazine 7 (sept. 1980) kondigt hij aan in 'staking' te gaan. Dat wil zeggen, hij zal niet meer adverteren in Delta Magazine omdat hij het oneens is met de wildgroei aan vliegscholen en de onverantwoorde wijze waarop sommige instructeurs toestellen verkopen. Na deze aankondiging wordt nergens meer iets van Paul vernomen. 2 jaar later, in Delta Magazine 14 van maart 1982, wordt een tipje van de sluier opgelicht. Paul wordt vriendelijk, maar ook zonder veel overtuiging dat het
ooit werkelijk zal gebeuren, verzocht zijn sinds 1980 openstaande rekening van F 350,- voor advertentiekosten te voldoen.
Ruzie tussen redaktie en lezers
"De insinuatie onder de foto slaat helemaal als een tang op een varken en is zeer ondeskundig." Zo schrijft Alex Engel in een open brief aan de redaktie in nummer 5. Op dit punt is hij al een heel eind gevorderd met een kwaaie brief over fouten in Delta Magazine.
"We zullen ons maar niet afvragen op welk varken dit slaat..." is de eerste zin in de redaktie reactie.
Delta Magazine is het afdelingsorgaan en als zodanig de enige manier voor het bestuur om openlijk met de leden te communiceren. Veel van de conflicten/meningsverschillen gaan dan ook tussen bestuur, leden en/of belanghebbenden. Maar de redaktie heeft ook een eigen visie op de invulling van Delta Magazine, en deze wordt niet altijd door iedereen gedeeld.
"Beste redaktie, bij het lezen van het Delta Magazine maart / april 1980 ben ik zó geschokt door de inhoud daarvan, dat ik mij voorgenomen had nooit meer één seconde aan het Magazine te besteden." Zo begint Alex' reactie in nummer 6....
Er wordt nogal eens getwist over wat er nou precies wel en niet in Delta Magazine moet staan. Regelmatig zijn er klachten van lezers die vinden dat er teveel advertenties in staan en te weinig informatieve artikelen, wat in de eerste jaren ook zeker zo is. De redaktie reageert daarop met de melding dat ze te weinig kopij binnen krijgt en dat als mensen informatieve artikelen willen lezen ze zelf maar eens wat moeten schrijven. En als er dan een artikel instaat over hoe je zelf je toestel beter kunt laten vliegen komt er weer een reactie dat het onverantwoord is om als afdelingsorgaan mensen aan te sporen zelf aan hun vleugel te gaan sleutelen.
Uiterst komisch is de Redaktie Ruzie van februari 83 (nr.19). Op pagina 2 wordt afscheid genomen van de oude redaktie (Bart en Karen Doets) en wordt de nieuwe zevenkoppige redaktie voorgesteld, waaronder Gert van Spijker. Bart en Karen worden uitgebreid bedankt en de hemel in geprezen voor al hun werk in de twee voorgaande jaren. In datzelfde nummer begint Gert op pagina 39 een stukje met: BOOS! HEEL BOOS! om vervolgens woedend uit te halen naar een door Bart geschreven stukje in het voorgaande nummer over misdragingen op een bepaalde stek. De oud-redakteur wordt nog wel de kans gegeven te reageren en merkt lakoniek op: "wie de schoen past trekke hem aan."
De zevenkoppige redaktie houdt niet lang stand en Bart Doets neemt vanaf nummer 25 weer het redakteursschap over, dit keer 'met ondersteuning van Karen'. Hoewel met deze nieuwe redaktie Delta Magazine regelmatiger zou gaan verschijnen ontkom je toch niet aan de indruk dat de redaktie soms een nogal chaotische manier van werken heeft. Regelmatig beginnen de redaktionele inleidingen (die in iedere Delta Magazine op de eerste of tweede pagina staat) met woorden als: "In het vorige nummer zijn helaas wat storende fouten geslopen..." of "Eerst even wat onvolkomenheden afhandelen..." waarna er een uitleg volgt over wat er nu allemaal weer is misgegaan met de vorige Delta Magazine. Het redaktioneel in nummer 42 begint als volgt: "Tot mijn verbazing ben ik niet overstroomd met telefoontjes na het vorige nummer. Het is dus waar dat fouten niet opvallen als ze maar grotesk genoeg zijn. Voorop dat nummer stond met koeien van letters Delta Magazine 31; dat moest dus 41 zijn. Tot overmaat van ramp stond er op pagina 3 dat het nummer 40 was."
Barts redakteursschap heeft van Delta Magazine een zeer kleurrijk blad gemaakt, niet in de laatste plaats vanwege zijn duidelijke stellingname. Ook de vele redaktiereacties die hij op ingezonden artikelen pleegt te geven leveren wisselende reacties van lezers op. In nummer 42 loopt het met deze redaktiereacties wel erg uit de hand, vindt ook de redaktie zelf gezien de aankondiging in nummer 43: 'Ik beloof hierbij om mij vanaf nu op dit punt tot het uiterste in te houden.' Blijkbaar lukt dat nog niet echt want in nummer 48 laat de redaktie nogmaals weten moeite te doen zich hierin te beperken.
De meest heftige botsing tussen lezer en redaktie vindt plaats in nummer 42 (dec. 91), waarin Gerard Stek valt over sommige formuleringen in het door de redaktie geschreven verslag van het NK 89 in het voorgaande nummer. Het meningsverschil betreft de vraag over of en hoe het NK professioneler moet worden georganiseerd. Op zichzelf een interessante discussie, maar de woordenwisseling spitst zich steeds meer toe op het woord 'barbecue', als eerste door Gerard gebezigd door te melden dat er aan het verslag wel een sterk 'barbeceu-luchtje' hing, en daarna door beiden herhaaldelijk gebruikt om mee te schermen. De ruzie krijgt nog een onverwacht staartje doordat er verwijten komen aan het redaktie adres dat er ongevraagd in teksten wordt geredigeerd. In nummer 48 meldt de redaktie: 'Voor wat grammatika en stijl betreft denk ik ook niet dat ik erg vaak op tenen trap (behalve dan die van de Wedstrijdkommissie - sorry Gerard!)'
Het bestuur:
Het afdelingsbestuur heeft in de loop der jaren vele wisselende samenstellingen gekend. Eén functie die hierin vrij constant is gebleven is die van voorzitter. Dit zijn er in 20 jaar tijd slechts vier geweest. Vanaf 1980 is het Maarten Brandt, die in '82 wordt opgevolgd door Bart Broersma. Broersma blijft als voorzitter aan tot en met '86. In '87 is Jaap Eringa korte tijd voorzitter, gevolgd door Flip Koetsier die deze functie nu dus al meer dan 12 jaar vervult.
Het bestuur houdt zich in de beginjaren intensief bezig met het opzetten van een officiële regeling voor het zeilvliegen.
Het valt niet mee uit alle bestuursmededelingen precies de vorderingen te filteren die ze maken in het overleg met de RLD. Op te maken valt dat er al sinds 1977 contact is met de RLD. In het najaar van 1980 (nr. 7 en 8) wordt euforisch meegedeeld dat er nu eindelijk een goede regeling komt en eind 1980 is er ook daadwerkelijk een regeling zeilvliegen opgenomen in het Lucht Verkeers Reglement. Hierin worden een aantal zaken geregeld zoals toestelregistratie, brevetteringseisen en opleidingsreglementen. In de regeling wordt het zeilvliegtuig beschouwd als een luchtvaartuig in de zin van de luchtvaartwet. Op dat moment weet het bestuur al dat deze regeling in 1981 weer zal komen te vervallen zodra het nieuwe LVR wordt aangenomen. In dit nieuwe LVR zal het zeilvliegtuig weer een niet-luchtvaartuig zijn maar het zal zijn rechten behouden. Als het eind 1981 eenmaal zover is blijkt dat er vergeten is de regeling zeilvliegen in het LVR op te nemen. Met andere woorden: het zeilvliegen is weer terug bij af. Als dit bekend wordt valt het bestuur even uit zijn rol van regulerend en sturend orgaan en stelt zij in nr. 15/16 (mei '82) voor om 'maar te doen of je neus bloedt'.
Toch wordt de moed niet opgegeven en de inspanningen om een goede regeling van de grond te krijgen gaan door. In oktober 1985 komt er een regeling zeilvliegen tot stand die, hoewel nog niet definitief, in ieder geval tegemoet komt aan de directe behoefte van dat moment. Dit biedt het bestuur de mogelijkheid in alle rust aan een betere regeling te werken, waarbij ook overland gevlogen mag worden. Als de vorderingen hierin toch weer dreigen vast te lopen wordt er eind 1989 een demonstratie georganiseerd die volgens het verslag in nr. 41 tot nogal chaotische taferelen en verkeersopstoppingen leidt bij het gebouw van de RLD Den Haag.
Niemand zal het ooit definitief kunnen aantonen, maar het is niet ondenkbaar dat de uiteindelijke doorbraak bij de RLD niet door het bestuur is bewerkstelligd, maar te danken is aan Diederik Meeusen, deltavlieg-instructeur. Diederik stapte zonder gene op de toenmalige minister-president van Nederland, Ruud Lubbers, af, toen hij hem met zijn vrouw in de zomer van '91 op een terrasje in Laragne zag zitten, en stelde voor om als kennismaking met onze sport een duovlucht te maken. Wat niemand voor mogelijk had gehouden gebeurde. Ruud Lubbers vliegt een uur lang met Diederik boven de Chabre. Een prachtig verslag hiervan is te lezen in jubileumnummer 50. Niet lang daarna veranderd de houding van de RLD ten aanzien van het deltavliegen en in 1993 krijgt de deltavleugel een 'semi-officiële' luchtvaartstatus. Nummer 56 meldt trots in dikke letters op de voorpagina: "WE MOGEN OVERLAND!!!"
Brevettering:
In Nederland is al in 1979 en brevetterings-systeem ingesteld. Dit brevet was echter niet een KNVvL-brevet maar een NVZ-brevet en derhalve niet verplicht. Als de regeling zeilvliegen in 1980 in het LVR opgenomen wordt, wordt er ook een nieuw brevetterings-systeem aan verbonden. Het vervallen van het LVR niet lang daarna betekende niet dat ook het net nieuw ingevoerde brevetterings-systeem kwam te vervallen. Dit brevetterings-systeem werd nog tot eind 1984 gebruikt. In Delta Magazine 23 (medio '84) wordt weer een nieuw brevetterings-systeem aangekondigd dat per 1 januari' 85 in zal gaan. Dit is het systeem met de brevetten 1,2 en 3 dat we nu nog hebben, alleen zijn de kleuren die eraan waren verbonden (geel, groen en blauw) ondertussen komen te vervallen.
Het uitschrijven van brevetten verloopt echter tot eind jaren 80 lang niet altijd even soepel. Er komen veel bezorgde of boze reacties binnen van leden die lang moeten wachten, en in de bestuursmededelingen wordt regelmatig uitleg gegeven over de problemen die er zijn en wordt gevraagd om begrip. Veel van de problemen ontstaan ook omdat niet helemaal duidelijk is wat er nou eigenlijk allemaal ingestuurd moet worden om het brevet te krijgen.
Artikelen:
In alle Delta Magazines staan artikelen over nieuwe vliegstekken, verhalen over eerste hoogtevluchten en eerste overlandvluchten, wedstrijdverslagen, interviews, bestuursmededelingen, clubberichten, ingezonden brieven enz. enz.
Een verhaal over een allereerste hoogtevlucht van 15 jaar geleden verschilt in niets van een verhaal van een allereerste hoogte vlucht van nu, en al deze verhalen zijn even herkenbaar en blijven telkens weer boeiend om te lezen. Maar een verhaal over een overlandvlucht van toen verschilt heel veel van een soortgelijk verhaal van nu. In de oude Delta Magazines is een overlandvlucht DE ULTIEME VLUCHT. Slechts weggelegd voor enkelen. Wie eenmaal een overlandvlucht heeft gevlogen mag zichzelf de status van internationaal toppiloot aanmeten. Mooi voorbeeld hiervan is de uitreiking van de eerste Delta Magazine Trofee. In nummer 15/16 ('82) wordt deze trofee geïntroduceerd, samen met de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om hem te winnen. In nummer 20 ('83) wordt verslag gedaan van de eerste uitreiking van de Delta Magazine Trofee. Winnaar is Jos Vermeulen met een vlucht van 31,4 km, gevlogen op het Europees kampioenschap in Millau.
Bedenk wel dat met de glijhoeken van de vleugels van toen een overlandvlucht ook echt een prestatie was. Tegenwoordig ben je in de deltavliegwereld na je eerste overlandvlucht gewoon een beginner. De tientallen hoogtevluchten die je al hebt gemaakt tellen niet meer mee.
Opvallend door hun afwezigheid zijn artikelen over meteorologie. Iedereen is nog zo vol van het feit dat het mogelijk is te vliegen als een vogel dat niemand er bij stil staat dat meteorologische kennis wel eens noodzakelijk kan zijn. Dat er over meteorologische aspecten van het vliegen zo weinig gemeld wordt zal ook wel te maken hebben met het feit dat overlandvluchten nog zo uitzonderlijk zijn. Meteorologie is al wel een theorie-onderdeel van het vliegbrevet. Pas eind '82 (nr. 18) verschijnt van de hand van Henk Timmermans voor het eerst een artikel dat dieper ingaat op de meteorologische aspecten van de vliegsport. En pas nadat er in Italië in 1988 zes piloten in een onweer terechtkomen en het niet overleven begint pas algemeen door te dringen dat meteorologische kennis van levensbelang is.
Artikelen over de aërodynamische aspecten van de deltavleugel zijn al wel vanaf de eerste Delta Magazines te vinden.
Als je al deze artikelen achter elkaar leest heb je een prachtige cursus meteorologie en aërodynamica achter de rug, inclusief een inzicht in de ontwikkeling van deze kennis tot wat het nu is. Bedenk wel dat veel oude theorieën ondertussen al lang weer achterhaald zijn.
Een artikelenreeks die lange tijd onderdeel heeft uitgemaakt van Delta Magazine had als titel: 'A is je Apex'.
Hier wordt in nummer 13 al mee begonnen en loopt door tot nummer 29 (en later nog eens in herziene vorm herhaald onder de titel "Het Jargon", van no. 42 t/m no. 55). Het is een verzameling van in de vliegerij gebezigde woorden. 'A is je Apex' is niet meegenomen in het Delta Magazine Archief omdat het als digitaal naslagwerk ergens anders op de site kan worden geraadpleegd.
Een andere reeks die vanaf nummer 16 lange tijd in Delta Magazine verscheen zijn de verhalen van R.E.Flex. Deze auteur heeft een aantal verhalen voor het Magazine geschreven onder de titel "Open Window" die geestig waren, goed geschreven waren, en getuigden van een grote kennis van alle ins en outs van het deltavliegwereldje. De identiteit van de schrijver is echter lange tijd een groot vraagteken gebleven en tot op de dag van vandaag weten de meesten niet dat deze raadselachtige auteur Ad den Hollander was.
Lieren
Al heel vroeg in de geschiedenis van de vliegerij werden er met een kabel vliegstoestellen opgesleept. Ook de allereerste deltavleugels, de rogallos, werden aanvankelijk achter een auto of motor, of achter een boot, de lucht in getrokken. Al snel nadat men had ontdekt dat je met een rogallo ook kunt starten door van een berg of helling af te lopen, nam de lierstart methode in populariteit af, met name ook omdat het altijd een ongeval-gevoelige startmethode is geweest. Ondanks de verminderde populariteit zijn er toch groepjes mensen over de hele wereld blijven experimenteren met deze startmethode. En natuurlijk ook de Nederlanders, want in ons platte landje hebben we niet zoveel alternatieven.
De eerste lierberichten in Delta Magazine stammen al uit nummer 4, waar in het redaktioneel commentaar wordt gesproken over bevredigende lierstart-resultaten in Engeland. In de volgende Delta Magazines wordt voornamelijk over het lieren gesproken in de vorm van korte bestuursmededelingen, waarvan er verschillende zijn die melden dat lieren verboden is of dat lieren boven de 100 meter niet is toegestaan.
In nummer 13 wordt voor het eerst wat dieper ingegaan op een nieuw soort liersysteem, ontwikkeld door Bill Moyes. Het probleem tot dan toe was dat de kabel altijd aan het toestel werd vastgemaakt, om precies te zijn aan het ophang punt. Het nieuwe systeem doet dit ook maar heeft tevens een bevestiging aan de piloot die onder de bottombar door loopt.
In Delta Magazine 17 wordt een test met weer een nieuw systeem besproken. Dit keer is de kabel bevestigd aan de ophangband van de piloot, precies op de plaats van gemeenschappelijk zwaartepunt van piloot en vleugel. De test verloopt voorspoedig behalve dan dat een kabel langs de helm van de piloot schuurt. "Inmiddels verholpen, hoofd gedemonteerd" staat erbij.
Terwijl er her en der telkens kleine berichtjes over de vorderingen met het lieren, en de pogingen van het bestuur het lieren in Nederland legaal te krijgen staan, verschijnt er in Delta Magazine 21 een duidelijke waarschuwing van de redaktie dat lieren in Nederland ten strengste verboden is en nog altijd bijzonder gevaarlijk is.
Maar de lierontwikkelingen zijn niet te stoppen. En de artikelen verschijnen alsmaar frequenter. In nummer 24 nog een aankondiging dat er nu echt een veilige manier van lieren is en vanaf nummer 25 barst het lierartikelengeweld compleet los. Geen berichtjes en aankondigingen meer maar uitgebreide artikelen van meerdere paginas. De grote vernieuwing is dat de kabel nu aan het harnas van de piloot wordt vastgemaakt. Ook de lieren zelf zijn verbeterd. In nummer 25, 26, 27, 28 en 29 staan paginas lange artikelen over het lieren. In nummer 28 krijgt het ontkoppelmechanisme veel aandacht en vanaf dan verschuift gaandeweg de belangstelling steeds meer naar de verfijningen. In nummer 39 wordt voor het eerst het tweede lijntje besproken en in nummer 48 is een eerste uitvoering van het automatische tweede lijntje te zien.
Andere vliegsporten in opkomst:
In de eerste vijf jaargangen van Delta Magazine valt regelmatig wat te lezen over microlights. Deze worden in Delta Magazine 19 ('83) omgedoopt tot ULV's, ultra lichte vliegtuigen. Met name de ontwikkeling van de regelgeving van de ULV'ers is sterk gerelateerd aan die van de deltavliegers en hierover wordt dan ook regelmatig bericht. Maar na de vijfde jaargang verdwijnen de ULV'ers steeds meer naar de achtergrond. De ULV-piloten krijgen hun eigen verenigingen en hun eigen afdeling binnen de KNVvL en de regelgeving voor deze tak van de vliegsport ontwikkelt zich sneller dan die van de deltavliegers.
De parapenters duiken pas op in 1990. Daarvóór is in de Nieuwsrubriek al vaker melding gemaakt van parapente-activiteiten. In nummer 43 (mrt. '90) wordt voor het eerst in een artikel over parapenten gepubliceerd. Omdat het de bedoeling is dat vanaf nummer 47 (apr. '91) de parapenters een vast onderdeel gaan uitmaken van Delta Magazine wordt er in nummer 46 zelfs over gedacht een parapentespecialist aan de redaktie toe te voegen. Dit plan vindt uiteindelijk geen doorgang. Omdat de parapenters al snel hun eigen blad opzetten en er steeds minder belangstelling is voor de parapente-artikelen wordt Delta Magazine vanaf nummer 69 (okt. '96) weer een puur deltavliegblad
Rustiger vaarwater:
Alle verhalen, bestuursmededelingen, conflicten en discussies in de oude Delta Magazines geven het beeld van een nogal chaotische beginperiode van het Nederlandse zeilvliegen waar het de regelgeving en de vorming van de afdeling en een eigen afdelingsorgaan betreft. Vanaf '85 lijkt de sport in rustiger vaarwater terecht te zijn gekomen. Er zijn dan duidelijke regels t.a.v. brevettering, scholing en opleidingen en toestelregistratie en er is weer een Regeling Zeilvliegen in het LVR opgenomen. Het lieren is grotendeels uitontwikkeld en er zijn terreinen beschikbaar waar het is toegestaan. Het lijkt erop dat de achtereenvolgende besturen hun belangrijkste doelen hebben bereikt. Hoewel de regeling zeilvliegen zoals die er dan is natuurlijk niet een definitieve regeling is, voorziet ze in een directe behoefte en kan er verder in alle rust aan een betere regeling worden gewerkt, waarbij ook overland gevlogen mag worden. In 1993 verkrijgt de deltavleugel de semi-officiële luchtvaartstatus.
Tot slot:
Veel van de ontdekkingen die je in de oude Delta Magazines terugvindt zijn nu standaard leerstof voor iedere beginnende vlieger. Dit doet niets af aan het plezier waarmee ook nu nog de Delta Magazine wordt gelezen. De ervaring van het vliegen als een vogel is met geen woorden te beschrijven en de verhalen van enthousiaste piloten die dit toch proberen blijven dan ook altijd een genoegen om te lezen, of dit nu piloten zijn die hun eerste glijvlucht hebben gemaakt of piloten die in de wereldtop meedraaien. Bovendien levert Delta Magazine, tegenwoordig in samenwerking met de website, altijd de meest up-to-date informatie over veiligheid, meteo, bestuurskwesties die de leden aangaan, nieuwe ontwikkelingen op het gebied van vleugelontwerp, en allerhande andere wetenswaardige informatie.